De 64 pagina’s tellende gezamenlijk gemaakte special van het Historisch Tijdschrift over de geschiedenis van de Kamper ‘koeboeren’, de stadsboeren die meer dan 800 jaar in de stad hun vee hielden.
Uitgebracht ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van Museum de Stadsboerderij Kampen.
Hierin onder andere:
Een koe in de klas Zestien leerlingen van de toenmalige School Noord pleitten destijds onder leiding van leraar Daan van Driel voor behoud van een van de laatste stadsboerderijen van Kampen als museum. Groot-, klein- en buitenburgers In de twintigste eeuw waren de Kamper stadsboeren veelal ‘grootburger’ of ‘buitenburger’. Maar wat is dat, en hoe werd je dit eigenlijk? Van stadsweiden naar woonwijken Oorspronkelijk besloeg dit gebied met stadsweiden zo’n 700 hectare: Hagenbroek, De Maten, Buitenbroek, Broederbroek, Cellesbroek en Bovenbroek. Boerderij van het (Groot)Burgerweeshuis Ook twee instellingen van weldadigheid, het St. Geertruiden- en St. Cataharinagasthuis waar het huidige Margaretha staat, en het (Groot)Burgerweeshuis op de hoek van de Cellebroedersweg en de Groenestraat, hadden een flinke veestapel, naast overigens een bierbrouwerij. Van Groenestraat naar Kampereiland Vanaf de jaren vijftig begon de stapsgewijze tocht de stad uit van de Kamper koeboeren. Wat rest zijn de voormalige stadsboerderijen, populair om in te wonen wegens de enorme binnenruimte en de grote achtererven. Vertrek uit de stad, betekende ook een nieuw begin.
En verder:
van stadsboerderij naar museum, – Tijdlijn Groenestraat 94 en de Kamper koeboeren
‘Kamper koeboern’ – Veelzijdig – Koeboer en huisjesmelker – Wateropstand 1904: ‘rumoerige boertjes’ in de stad – Emigratie: vertrek naar ‘den vreemde’