Lezing “De intrigerende middeleeuwse kogge: archeologische vondsten in de lage landen”

Activiteit | 10 maart 2020

Deze lezing wordt verzorgt door Karel Vlierman

 

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd in de kort daarvoor drooggevallen Noordoostpolder een scheepswrak opgegraven en onderzocht. Het vrij complete kleine vrachtschip zou volgens de onderzoeker, P.J.R. Modderman, een kogge kunnen zijn. Het vaartuig is rond ca. 1375 vergaan. De vondst maakte binnen de Nederlandse historische en archeologische wereld duidelijk dat scheepswrakken een hoogst interessant onderzoeksveld vormden met betrekking tot het leven en werken van onze (varende) middeleeuwse voorouders. En was de aanleiding voor regulier scheepsarcheologisch onderzoek in Nederland. In 1949 werd in de nabijheid van Ens de bodem van een enigszins vergelijkbaar vaartuigje gevonden.

Buiten de naam kogge in geschreven laatmiddeleeuwse bronnen en afbeeldingen op zegels van voornamelijk Hanzesteden, was er weinig bekend over de kogge. De historicus P. Heinsius, publiceerde in 1956 zijn boek Das Schiff der Hansischen Frühzeit. In 1962 werd bij Bremen in de Weser een groot laatmiddeleeuws vrachtschip ontdekt. Direct werd gedacht aan de grote Hanzekogge als scheepstype. Het wrak is ter plaatse gedemonteerd en vervolgens weer opgebouwd en geïmpregneerd in het Deutsches Schiffahrtsmuseum in Bremerhaven. Na ongeveer 30 jaar kon de Bremen-kogge door het publiek worden bewonderd.

Publicaties over onder andere de typische constructies van de scheepromp van de Bremen-kogge maakte duidelijk dat er met name in de IJsselmeerpolders reeds verscheidene wrakken waren opgegraven en gedocumenteerd met vergelijkbare kenmerken. De Nijkerk II-kogge werd in 1981 ontdekt. Het was het tot dan meest complete Nederlandse voorbeeld van een grote kogge. De documentatie van de onderdelen en de opgravingtekeningen zijn tussen 1994 en 1998 door De Boer en Sars (nu Sars Houtbouw) gebruikt om experimenteel de Kamper Kogge te bouwen.

In 2000 en 2002 zijn bij Doel aan de Schelde in Vlaanderen (B) respectievelijk een groot deel van de romp met dwarsbalken en de bodem van twee grote koggen ontdekt en geborgen. Beide wrakken lagen op de kop in een middeleeuwse, dichtgeslibde watergang aan de Schelde. Het is de bedoeling dat de wrakken na impregnatie worden gereconstrueerd in het Museum aan de Schelde (MAS) in Antwerpen.

In 1999 werd ik uitgenodigd om mijn toen inmiddels dertigjarige carrière in de scheepsarcheologie af te ronden met een promotieonderzoek over een scheepsarcheologisch onderwerp. De keuze viel op de middeleeuwse koggen die door de jaren heen waren opgegraven door het Nederlands Instituut voor Scheeps- en onderwaterArcheologie (NISA) en zijn voorgangers. Slechts van vier koggen waren tot dan opgravingverslagen gemaakt, waarvan enkele gedateerd. Het betreft ruim tweederde van alle koggevondsten in Europa. De promotie is voorzien op 1 juli 2020 aan de Radbout Universiteit in Nijmegen.

De geplande, omvangrijke publicatie wordt door SPA-uitgevers in Zwolle verzorgd en verschijnt in het Engels. Op Face-book wordt inmiddels met regelmaat aandacht aan de te verschijnen publicatie besteed. Het onderzoek aan alle koggevondsten uit de Nederlanden was eind 2014 feitelijk afgerond. De eerdere toezegging door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de publicatiekosten volledig te zullen dragen bleek toen echter niet meer te gelden. De kosten voor de opmaak van de twee boeken met meer dan 600 afbeeldingen, de kosten van het vectoriseren en opmaken van de honderden veld- en reconstructietekeningen en de kosten van de Engelse vertaling zijn gedekt. De boekdelen en tekeningen worden in een cassette geleverd. Voor de drukkosten zoekt de uitgever nog financiële steun.

In 2015 werd mij door ADC-Archeoprojecten gevraagd te adviseren bij de berging van de IJsselkogge en de twee daarbij aangetroffen kleine vaartuigen uit de koggebouwtraditie. Nadat de IJsselkogge in het conserveringsgebouw bij de Stichting Erfgoedpark Batavialand in Lelystad was geplaatst is mij in maart 2016 gevraagd deel uit te gaan maken van het onderzoeksteam en 2D-reconstructietekeningen van het schip te vervaardigen. Deze tekeningen plus een hoofdstuk over de IJsselkogge komen ook in mijn manuscript COGGHEN, CLEENE COGGHEN EN SCHUTEN, waarmee een eerste volledig overzicht van alle (typen) vaartuigen uit de koggebouwtraditie uit de Lage Landen (ca. 30 stuks) uit de periode ca. 1250-1550 wordt gepresenteerd. Naast aandacht voor de rompvormen, de afmetingen, de constructie-elementen, de fasen en uitvoering van de bouw, de gebruikte materialen, de opvallende manier van breeuwen van de huidnaden en de specifieke kenmerken etc. worden ook alle gevonden gebruiksvoorwerpen beschreven en afgebeeld. Vanzelfsprekend komen ook de datering en mogelijke herkomst van de schepen aan bod. In de publicatie wordt daarnaast aan het ontstaan en de neergang van de kogge aandacht besteed.

De lezing vindt plaats in de Johan van Mulkenzaal in de Stadskazerne, Oudestraat 216 te Kampen. De aanvang is 20.00 uur (inloop vanaf 19.30 uur). Leden van de historische vereniging en de bibliotheek hebben gratis toegang. Van niet-leden vragen we een bijdrage van 2,00 euro. Consumpties zijn voor eigen rekening. 

 

Laatste nieuws

Nieuw (interim)bestuur is van start gegaan. Lees hier het bericht hierover.

Nieuwsgierig naar uw verborgen verleden en familie ? Wij gaan voor u aan de slag. Klik hier voor meer info.